Uitelkaar

Bas, Noor, mijn moeder en ik staan op het station in Baarn. Op het spoor aan de andere kant van het station, staat de sprinter naar Utrecht klaar. Mijn moeder legt uit dat de trein tussen Utrecht en Baarn op en neer pendelt. Aan beide kanten van de trein bevindt zich een locomotief. Dan hoeft de trein niet steeds te draaien als hij moet terugrijden. Ik knik begrijpend en laat het op mij inwerken. Diezelfde avond geef ik blijk van enig logisch inzicht. ” Mama”, zeg ik, ” de locomotieven kunnen niet allebei rijden want dan trekken ze de trein uit elkaar.”