Het is even voor 7 uur ’s ochtends in huize Everts. We hebben er inmiddels al een half dagdeel opzitten. Mijn moeder staat op het punt baantjes te gaan trekken in het zwembad. Ik wil graag mee en laat dat ook horen. Huilend sta ik voor het raam als ze wegrijdt. Mijn vader probeert me te troosten. Uit zijn wijze woorden dat mijn moeder even iets voor zichzelf gaat doen, put ik geen troost. Ik wil gewoon een eindje rijden in de auto; zelf even in het water spetteren hoeft niet per se.
Een klein uurtje later is mijn moeder terug. Ze neemt mijn zusje meteen van mijn vader over. Die trekt zijn schoenen vervolgens aan om Pim naar school te brengen. Ik spring op en neer en roep dat ik mee wil op mijn fietsje. Daar heeft mijn vader niet zo’n zin in. Hij moet ook nog even boodschappen doen voor mijn moeder. Dat gaat allemaal te lang duren. Ik barst in dikke tranen uit; ik hoef zelf niet naar school als ik maar mee mag gaan. Mijn vader geeft helaas niet toe.
Die dag doe ik met mijn moeder boodschappen, breng oude spullen naar de kringloopwinkel en bekijk de treinen op het station. Dan is het alweer tijd om Pim op te halen. Die heeft onder schooltijd blijkbaar een speelafspraakje gemaakt met vriendinnetje L. voor deze middag. Mijn moeder handelt de logistiek af met de andere moeder. Ik vraag haar of ik mee mag met Pim. Dat gaat niet, laat ze weten. Ik ontsteek in grote woede. Ik wil helemaal niet met L., spelen, alleen maar met haar speelgoed.
Iets later dan normaal komen we thuis aan. De buurvrouw van vier huizen verderop komt net voorbij lopen. Een tijdje staat mijn moeder met haar te keuvelen. De buurvrouw ziet aan mijn betraande gezicht dat ik wel een verzetje kan gebruiken. Ze is net op weg naar de bloemist. Blijkbaar kan ze mijn gedachten lezen; ze vraagt of ik misschien met haar mee wil gaan. Zeker weten! Dolenthousiast ren ik al een eindje vooruit. Ik merk wel wanneer de buurvrouw ook in beweging komt.
Mijn moeder staat een tijdlang nogal wezenloos voor zich uit te staren. Mijn ongeremdheid verontrust haar zo af en toe. Mijn broertje trekt inmiddels aan haar jas; hij wil nu wel graag naar binnen. Ze maakt de deur voor hem open, haalt mijn zusje uit de bakfiets en brengt haar ook naar binnen. Nog geen tien minuten later klop ik helemaal blij op het keukenraam. Mijn moeder maakt de deur open. Ik ren meteen naar binnen en ga zoet spelen. Eindelijk toch nog iemand met wie ik mocht meegaan.