Guus de Trein

Ik ben erg blij want vandaag ben ik bij Thomas de Trein. Deze week is hij de eregast op zijn verjaardagsfeest in het Spoorwegmuseum. Helaas zijn wij met de auto moeten gaan. Met de trein is geen optie; Bas is net zoals ik helemaal idolaat van treinen maar een ritje, dat vindt hij maar niks. De parkeerplaats bij het museum is vol. Mijn moeder wijkt uit naar een P&R. Vandaar brengt een bus ons naar de plaats van bestemming.

Overal in het museum lopen kleine mannetjes rond zoals ik. We vergapen ons aan Emily de trein die ook op het feestje is afgekomen. Even later maakt Thomas buiten zijn langverwachte entree. De dikke controleur zingt hem samen met de kinderen toe. Het kabaal zint me niet zo; ik hou krampachtig mijn handen op de oren. Tenslotte mogen we allemaal op de foto met Thomas. Het wachten duurt me echter te lang. Ik wil verder.

Op het buitenterrein rijdt een mini-treintje rond. Oma Teun en ik sluiten in de lange rij wachtenden aan. Na een tijdje ben ik aan de beurt. Voor mij staat een jongetje te dralen. Ik ren snel langs hem heen zodat ik in de eerste wagon kan plaatsnemen. Nu ben ik de machinist. We maken een kort rondje. Dat smaakt naar meer. Gelukkig wil oma mij wel nog een keertje begeleiden. Zelf is ze een maatje te groot voor deze trein.

Bij het schminkatelier laat Pim zich in Spiderman omtoveren. Hij heeft lang op zijn beurt moeten wachten. Op het allerlaatste moment bedenk ik me; ik wil ook onder handen genomen worden. Mijn moeder ritselt zoals altijd wat. Nog geen vijf minuten later zie ik –zonder te wachten- eruit als Thomas de Trein. Dan mag ik spelen op het mega Thomas de Trein speelplein waar wel honderden treintjes en rails te vinden zijn.

Met veel pijn en moeite weet mijn moeder mij ervan te overtuigen dat ik een patatje moet eten. Eigenlijk wil ik veel liever verder spelen. Het zal voor een volgende keer zijn. Het museum gaat zo sluiten. Met een uurtje zit ik voldaan op de achterbank van onze auto. Mijn moeder kijkt in haar spiegel en ziet mijn beschilderde gezicht. Ze grapt dat ik Guus de Trein ben. “ Nee,’ zeg ik bloedserieus, “ ik heb toch geen wieltjes?!”