Aan het einde van deze week vier ik alweer mijn vierde verjaardag. In veel opzichten wordt het een bijzonder jaar, vol met mijlpalen. Elke dag sjees ik op mijn fietsje met zijwieltjes langs de schommel en om de waspaal heen. Dat gaat fantastisch. Zo af en toe mag ik op de fiets van Pim oefenen, zonder zijwieltjes. Op de parkeerplaats tegenover ons huis rent mijn moeder hijgend naast me. Ze is bang om mij los te laten, hoe hard ik ook schreeuw dat ik het zelf prima kan. Ik ben tenslotte al bijna vier.
Normaal gesproken had ik ook op school al mogen oefenen. Dat feest gaat echter niet door. De klassen zitten propvol met grote en minder grote kindjes. Daarom heeft het schoolhoofd in al zijn wijsheid besloten dat alle kinderen die ná 1 mei de leeftijd van 4 bereiken, pas na de zomervakantie mogen beginnen. De dwaas! Mijn moeder heeft nog geprobeerd hem te overtuigen van het feit dat ik dringend naar school moet. De grote meneer is echter onverbiddelijk; nee is en blijft nee.
Ik heb de school echter niet zo hard nodig als mijn moeder doet voorkomen. Goochelen met cijfers hoeft niemand mij te leren. Pim heeft een prachtig rekenapparaat van Oma Teun gekregen. Daar speel ik de hele dag mee. In gezelschap tel ik altijd de hoofden. Of ik tel het aantal foto’s aan de muur. Ik kan ook prima klok kijken. De cijfers heb ik overigens van Thomas de Trein geleerd. Nogmaals, de school heb ik niet nodig. De aanwezigheid van een televisie voldoet.
Voor het aanboren van sociale contacten heb ik de school evenmin nodig. Pim brengt geregeld vriendjes mee naar huis. We eten eerst samen fruit en drinken een glaasje fris. Daarna neem ik zijn taak over. Ik speel met zijn vriendjes terwijl Pim uitrust op de bank. Sinds kort kan ik gelukkig zelf uitkiezen met wie ik speel. Ik vraag mijn moeder dan gewoon het een en ander te regelen. Zo speel ik regelmatig met vriendjes T & T. Dat zijn de broertjes van respectievelijk vriendje D. en L. van Pim.