Op mijn verjaardagstaart branden vijf kaarsjes. Ik doe mijn ogen dicht en wens mij een heleboel dingen. Mijn diepste verlangen is het om ontbijt op bed te krijgen. Echt duidelijk ben ik niet over de keuze van het gerecht. Mijn moeder weet echter wel wat lekker is. Vroeg op de ochtend bakt mijn vader een grote pannenkoek voor mij. Mijn moeder strooit poedersuiker èn smarties als topping. Dan loopt ze naar boven waar ik in de master bedroom ongeduldig op haar wacht.
Ik wens mij een grote taart voor de speciale dag. Mijn moeder belt de plaatselijke banketbakker. Hij wil graag weten welk plaatje boven op de taart moet. Mijn voorkeur gaat uit naar een afbeelding van de rescue bots. Met mijn moeder en broertjes struin ik het internet af. Ik word helemaal enthousiast van foto’s van speelgoed. Na een uurtje zoeken weet ik precies welke cadeau’s ik wens te ontvangen. Mijn moeder zoekt daarom maar zelf een mooie plaat uit van de bots.
Wekenlang bombardeer ik mijn ouders met mijn cadeauwensen. Iedere dag bedenk ik weer iets nieuws. Mijn moeder neemt mij mee naar de speelgoedwinkel om een beter beeld van mijn verlangens te krijgen. Als een kip zonder kop ren ik rond. Hier en daar gris ik iets uit de schappen. Meestal zijn het spullen die ik thuis al in tienvoud heb liggen. Mijn moeder wandelt ondertussen rustig door de gangen en stelt een passend cadeaupakket samen. Tevreden keer ik huiswaarts.
Mijn eerste lustrum wens ik in stijl te vieren. In het spoorwegmuseum is Thomas de Trein deze week te bewonderen. Op gepaste wijze reizen we naar Utrecht af. Met mijn broertjes dans ik op de liedjes van Thomas en zing de longen uit mijn lijf. Op het kleed speel ik met ontelbaar veel rails en treintjes. Vervolgens rijd ik in een mini-treintje een rondje over het terrein. Ik geniet zichtbaar van “mijn” dag. We sluiten af met een bakje patat en een blauw ijsje. Dan vertrekt de trein naar huis.
Ik wens me ook nog een heel groot feest, laat ik mijn ouders weten. Mijn geboortedag vieren we in besloten kring. Dat zint mij niet. Ik wil veel publiek en nog meer cadeau’s. De rest laat ik aan mijn ouders over. Mijn moeder pakt de telefoon en belt mijn opa’s en oma’s op. Zaterdags is iedereen present. Het zonnetje schijnt vrolijk. Met mijn oudoom snijd ik de grote taart aan. Een voor een pak ik de cadeau’s uit. Mijn grote wens is uitgekomen; ik heb net zo’n leuk en groot feest als Pim gehad.