Dorpsgek

Het is zo jammer dat onze huidige maatschappij een hokjesgeest kent. Wijkt iemand af van de standaard, dan wordt hij of zij al snel als gek of raar bestempeld. Ondergetekende heeft daar ook last van. Ik loop graag in mijn laarsjes, met opgerolde broekspijpen buiten rond. Speen in de mond, konijn in mijn karretje en een jas aan waarin ik zo ongeveer verzuip. Zo vertoon ik mij binnen en buiten de tuinpoorten. Zelf heb ik nergens last van. Mijn ouders staan echter altijd luidkeels te lachen. Mijn vader vergelijkt mij met een oude soldaat en bij mijn moeder doemt al snel het angstaanjagend beeld op van een dorpsgek. Lijkt mij een beetje teveel eer voor een (bijna) tweejarige. Temeer omdat in ons dorp al twee gekken rondlopen. De ene staat in de zomer bij het stoplicht bij ons op de hoek auto’s te tellen; de ander loopt altijd in korte broek rond. Ook als het min 10 is. Daar zul je deze koukleum niet zo snel op betrappen. Het gevaar loert hem echter in het autoverhaal. Ik kijk namelijk ook graag naar auto’s.

Dit gegeven vormt een probleem bij de dagelijkse wandelingetjes die we als gezin zoal maken. Bij elke auto die we onderweg tegenkomen, moeten we even stoppen. Dan bekijk ik het betreffende exemplaar even en check ik even of de auto wel of niet op slot zit. Dat eerste is helaas meestal het geval. Even verderop in onze straat bevindt zich een werkplaats voor auto’s. Daar stop ik ook even met mijn karretje. Gewoon om te kijken. Vooral naar de mooie paars-witte kever die voor de deur geparkeerd staat. Zonde dat die daar zomaar staat. Dan loop ik verder. Totdat er een grote vrachtwagen langskomt die de plaatselijke supermarkt komt bevoorraden of de vuilniswagen die stopt voor het inladen van de bakken. Dat vind ik toch zo’n prachtig gezicht. Mijn moeder en broer moeten ondertussen het geduld opbrengen tot de betreffende auto uit het zicht is verdwenen. Dan kunnen we weer verder.

Helaas komt mijn liefde voor alles op wielen mij ook zelf wel eens duur te staan. Afgelopen zaterdag ging ik met mijn moeder wat spulletjes in het dorp halen. Bij het stoplicht was het druk. Auto’s kwamen, auto’s gingen. Uiteraard kwam mijn moeder geen stap verder want ik wilde al dat moois goed bekijken. Eindelijk had ze me de straat over toen een te gekke motor aan kwam rijden. Ik bleef gefascineerd kijken. Ook toen de motor aanstalten maakte om weg te rijden. Ik keek hem zo lang na tot hij bijna de hoek om ging. Ik draaide in mijn enthousiasme mee, struikelde over mijn karretje en lag pardoes op mijn smoel. Mijn hele gezicht zat onder de schaafwonden en de dikke tranen. Daar lag ik dan in mijn mooie laarsjes en met mijn karretje in de hand. Mijn moeder raapte me van de grond, knuffelde me en zei dat ze het heel erg voor me vond.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *