– ik altijd beleefd afscheid neem van eenieder die ons huis verlaat;
– ik dit meestal ruimschoots van tevoren doen;
– ik al begin te zwaaien voordat iemand zijn jas van de kapstok heeft gehaald
– ik mijn vader ’s ochtends gedag zeg nog voordat hij zijn autosleutels in de hand heeft;
– ik hem ’s avonds welterusten wens terwijl ik nog beneden aan het spelen ben;
– ik dit ook doe ook al is het mijn vader’s beurt om mij in bed te leggen;
– ik daarentegen mijn broer pas een knuffel geef als we hem op school achterlaten;
– ik nog altijd zit te zwaaien en “dag Pim” roep terwijl we alweer bijna thuis zijn;