Gezellig met mijn broer ben ik aan het spelen in de woonkamer. Pim speelt met de Duplo, ik met de auto’s. Opeens staat hij op; hij moet dringend plassen. Samen met mijn moeder rent hij naar de WC. Ik kruip er met een noodgang achteraan om het geheel van dichtbij te observeren. Mijn vader heeft mij echter al gespot voordat ik bij de kamerdeur ben. ” En waar ga jij naartoe?” , vraagt hij met een lach op z’n gezicht. “Kijk”, zeg ik.