Pim is zojuist samen met opa Tjerk en oma Joke vertrokken naar de camping. Hij gaat daar een paar dagen logeren. Voorlopig hoef ik het koninkrijk dus met niemand te delen. Ook kan ik eindelijk de dingen doen die ík graag wil doen. Mijn moeder weet dat ik bijvoorbeeld graag een blokje omloop. Pim daarentegen lijkt altijd vastgelijmd aan de bank te zitten. Tijd dus voor een flinke wandeling! Bas gaat in de draagzak mee. In mijn gebruikelijke draf loop ik de straat uit, huppel ik door het park heen en zet ik vervolgens koers richting de school van Pim. Als ik eindelijk aankom, voel ik aan de klink van de deur. Die zit op slot. Mijn moeder lacht en zegt dat de kindjes en juffen vakantie hebben. Ik mag even op het plein spelen als ik dat wil. Dat vind ik wel tof. Na enige tijd moeten we terug naar huis. Met lichte tegenzin loop ik het plein af en steek ik samen met mijn moeder de straat over. Opeens heb ik een lantaarnpaal in het vizier. Ik loop erheen en bekijk hem eens goed. Dan leg ik mijn armen eromheen en trek eraan. Mijn hoofd wordt een beetje rood van de inspanning. Dan laat ik los en zeg: ” kan niet losmaken.”