Slimmer-ik

Inmiddels heb ik de eerste helft van mijn allereerste schooljaar achter me gelaten. Tot nu toe vind ik het fijn op school. De juf heeft bergen met speelgoed en we mogen vaak buitenspelen. In mijn klas zitten bovendien leuke jongens en meisjes. Met de meeste van hen heb ik al eens een speelafspraak gehad. Bij voorkeur speel ik buiten de deur. Het geeft mij de gelegenheid om eens met andermans spullen aan de slag te gaan. Bovendien heb ik het thuis wel gezien na al die jaren.

Met een schuin oog volg ik de leeractiviteiten van mijn broer. Hij leert de letters van het alfabet en kan na korte tijd al een flink aantal woorden lezen. Dat wil ik ook wel. Ik vraag mijn moeder of zij mij wil leren lezen en schrijven. Ze twijfelt; ik sta immers net aan het begin van mijn kleuterschool carrière. Ik ben echter vastberaden. Mijn moeder koopt een schrift voor me en we gaan samen aan de slag. Mijn enthousiasme is groot. In hoog tempo leer ik alle letters te herkennen en te benoemen.

Ook op school wil ik graag mijn horizon verbreden. De kleuters van groep 2 krijgen eenmaal per week schrijfles. Ik wil graag meedoen maar de juf denkt er anders over. Ze vertelt mijn moeder dat mijn fijne motoriek zich niet voldoende ontwikkelt. Zodoende zit ik nu elke week in een knip-en-plak clubje. Zo probeert ze het gat tussen mijn fijne motoriek en mijn scherpe geest te dichten. Ik word niet gelukkig van deze extra activiteit. Uit vrije wil heb ik immers nog nooit geknutseld.

Mijn moeder laat zich niet zo snel afschepen. Als geen ander weet ze dat ik motorisch niet gestoord ben. Ik ben hooguit te lui voor of niet geïnteresseerd in poppetjes tekenen. Bovendien ziet ze dat ik met steeds meer tegenzin naar school ga. Ze praat met de huisarts en nog geen week later zit ik bij de ergotherapeut. Ik doe mijn uiterste best om haar opdrachtjes uit te voeren. Het mens kan niet anders concluderen dan dat het vermeende gat tussen mijn hoofd en mijn hand, niet bestaat.

Dan is het tijd voor het eerste oudergesprek op school. Mijn ouders zijn klaar voor het titanengevecht. De juf zingt echter een compleet ander lied. Trots meldt ze dat we met letters en cijfers spelen tijdens onze één-op-één momenten. Ze hoopt dan ook van harte dat mijn ouders mij op dat vlak blijven stimuleren. Bovendien prijkt er een voldoende voor fijne motoriek op mijn rapport. Ze snapt eindelijk dat ik niet van tekenen hou. Ik ben hier om belangrijkere zaken te leren.