Over een andere boeg

Huilend lig ik voor de kledingkast. Het is vandaag de eerste schooldag na een extra lange vakantie. De laatste schoolweek van 2015 hebben wij namelijk massaal verzuimd; de buikgriep had ons gezin aardig in de tang. Afgezien van wat ongemakken, hebben wij ons echter opperbest vermaakt. De televisie draaide overuren, van de vroege ochtend tot laat in de avond. Op de menukaart stonden heerlijke beschuitjes, crackers en soepstengels. Geen haast, geen stress op de vroege ochtend.

De realiteit valt dus nu rauw op mijn dak. Mijn moeder neemt me in de houdgreep en probeert me in mijn kleren te wurmen. Zo goed en kwaad als het gaat, geeft ze mijn tanden daarna een poetsbeurt. Mijn stem blijft in de repeat-stand hangen; ik wil niet naar school! Buiten wachten mijn broertjes en zusje braaf in de bakfiets. Mijn moeder zet me kordaat achterop. Dan geeft ze gas. Ze is in haar hele carrière als taxi chauffeuse pas één keer te laat gekomen. Vandaag wordt niet de tweede keer.

Tot op het schoolplein schreeuw ik de longen uit mijn lijf; ” de juf is stom! mama is stom!” Mijn broertjes spelen inmiddels vrolijk tikkertje met de andere kinderen. Ik ben echter geenszins van plan om mijn plekje te verlaten. Mijn moeder dreigt juf M. op mij af te sturen. Blijkbaar raakt dat een gevoelige snaar. Toch geef ik me niet zomaar gewonnen. Huilend hang ik aan de jas van mijn moeder. Met mijn zusje op haar arm probeert ze zo de deur van de school te bereiken.

In de klas geven mijn vriendjes mij een warm onthaal. Iedereen heeft er zin in. Behalve ik. Ik weiger mijn jas uit te trekken. In een onbewaakt ogenblik haal ik mijn tas alvast uit de bak. Hier blijven is geen optie. Mijn moeder probeert het afscheid zo kort en pijnloos mogelijk af te handelen. Ze zet me op mijn stoeltje, geeft een kus en knuffel en snelt de klas uit. Gelukkig ben ik nog sneller; binnen 5 tellen sta ik naast haar op de gang. Nu heeft ze geen andere keuze dan juf M. in te schakelen.

Buiten spreekt vader T. mijn moeder aan over mijn gemoedstoestand. Ze haalt wanhopig haar schouders op. Beiden herinneren zich nog levendig de tijd dat ik met een grote glimlach naar school ging. Nu hang ik zielig voor het raam en roep mijn moeder. Een andere moeder attendeert haar op mijn gejammer; ze moet beloven mij na school op te halen. Ik hoef vandaag niet zo nodig met iemand anders te spelen; ik wil echt alleen maar nog thuis zijn, gezellig bij mijn moeder, broertje en zusje.