Slecht voorbeeld doet volgen

In dit huis voeren wij een echt mannenhuishouden. Vroeg in de ochtend gooien we alle bakken en manden met treinrails om. Mijn broer gaat vervolgens aan de slag en bouwt een traject door heel de woonkamer heen. Bas en ik sjeesen met onze treinen over de rails. Dan is het ontbijt klaar. Ik eet mijn broodje met smaak en drink een glas verse jus d’orange. Hier en daar mors ik een druppel op mijn pas gewassen en gestreken shirt. Vervolgens veeg ik mijn mond aan mijn mouw af. Dan ga ik weer verder met mijn treinreis. Opeens moet ik hard niezen. Er zit nu snot aan mijn neus. Binnen no-time prijkt dit plakkerig goedje naast de etensresten op mijn kleren

Rond 10.00 uur is het tijd voor het nuttigen van een glas yoghurtdrink en een heerlijk koekje. Ik ben altijd snel klaar en laat mij dan van de stoel glijden. De kruimels aan mijn handen en de nattigheid rond mijn mond neem ik voor lief. Dat alles kan ik zo wel aan mijn kleren afvegen. Die zijn nu toch al smerig. Ik speel verder met Thomas de Trein. Dan moet ik opeens nodig plassen. Ik grijp naar mijn kruis en trek aan mijn kroonjuwelen. Zonder een woord te zeggen; mijn moeder snapt inmiddels wel deze mannentaal. Ze neemt me mee naar het toilet zodat ik mijn blaas kan legen. Dan zet me terug op de gang om de wc door te spoelen en haar handen te wassen. Mijn broek hangt nog op mijn enkels. Ik schop ‘m uit en loop in mijn blote billen naar de woonkamer. Daar speel ik rustig verder.

Later op de middag is Pim weer thuis. We springen met z’n drieën op de bank. Af en toe landt één van ons per ongeluk op de ander. Ook ligt er regelmatig eentje naast de bank. Tranen vloeien, boze woorden worden geuit; we spelen daarna gewoon weer verder. Plotseling krijgen we ons speelpaard in het vizier. Pim neemt plaats en ik duw hem vooruit, rond de eettafel en de keukenkast. Soms gaat het er wel een beetje ruig aan toe; Pim vliegt uit de bocht en ik val op mijn snufferd. De verwensingen zijn niet van de lucht. Daarna spelen we gewoon weer verder.

Hoe anders is het leven van mijn vriendinnetje L. Elke maandagochtend komt ze met haar moeder op de thee. L. brengt dan altijd haar pop mee, die ze zo voorzichtig behandelt als ware het een echte baby. Vaak zit ze bij haar moeder op schoot en eet de (vreselijke) cakejes die mijn moeder heeft gebakken. Dan geeft ze mijn moeder complimentjes over haar bakkunsten. Vervolgens maakt ze in alle rust de ene puzzel na de ander of kleurt ze boeken vol. Ondertussen brengt haar moeder het haar van L. op orde. De tiara wordt opnieuw ingebracht in het haar en ook de ontelbare roze speldjes zet mama S. weer keurig op hun plek. Echt vreselijk, dat prinsessengedoe! Met een afkeurende blik volg ik het tafareel vanachter de I-pad waarop ik net een filmpje van Thomas de Trein bekijk.

Gelukkig staat L. open voor een andere manier van leven. Ze is vanochtend bij ons omdat haar moeder bij de tandarts op de pijnbank ligt. Met de koekkruimels om onze mond bouwen we een treinbaan. Dan moeten we collectief plassen. Mijn moeder helpt ons één voor één. Zonder onderbroek rennen we terug de woonkamer in en spelen weer verder. Mijn moeder informeert nog of L. haar roze prinsessenslipje weer aan wil doen. L. kan ook prima zonder het niemanddalletje, laat ze weten.

Dan is het tijd voor de lunch. We eten gezamelijk een boterham met hartig beleg en één met een dikke laag witte chocolade hagelslag. De korrels zitten tot in onze neus. Ik demonstreer mijn vriendinnetje even hoe ze op een snelle manier weer schoon is. Dat bevalt haar wel. We haasten ons van tafel om weer verder te kunnen spelen. Dan moet L. erg niezen. Bij gebrek aan een mouw, tilt ze haar roze rokje omhoog en veegt haar neus schoon. Kijk, van zo’n vrouw hou ik nou!