Draakje

Iedereen die mij een beetje kent, weet ik dat ik een goedlachs ventje ben. Waarom ook niet? In de ochtend knuffel ik mijn vader en moeder, dol ik met mijn broertjes en geniet van een uitgebreid ontbijt. Samen met mijn moeder en Bas breng ik Pim naar school. Daarna doen we meestal een boodschapje. Eenmaal thuisgekomen eet ik een koekje, race ik met de treinen over de rails en speel ik spelletjes op de I-pad. Rond het middaguur eten we een broodje. Al snel daarna is het weer de hoogste tijd om Pim op te halen. We spelen dan nog wat, kijken een filmpje en eten een paar warme hapjes. Na het douchen vallen mijn oogjes rustig dicht. Als een engeltje lig ik te slapen.

Toch houdt er zich onder mijn bruingebronsde huid een heus draakje schuil. Zo af en toe laat hij van zich spreken; met messcherp gegil, met spitse tanden die sporen achterlaten, met vuurspuwende ogen die zouden kunnen doden en twee wapperende voorpoten die alles en iedereen in de buurt flink verwonden. Ik zit in mijn peuterpubertijd!

In de ochtend is het meteen raak zodra we beneden zijn. Dan verzamel ik alle houten treintjes om me heen. Ik leg ze vervolgens op een hoop en ga daar pontificaal op zitten. Alsof ik een drakenei aan het uitbroeden ben. Mijn broertje Bas zo dom is om te proberen zich een treintje toe te eigenen. Mijn ogen staan dreigend en ik waarschuw hem. Dan is het te laat; ik duw en trek aan hem, sla en bijt hem. Mijn moeder trekt me boos van hem af. Ik moet mijn treintjes delen. Dan gil ik de hele buurt wakker. Draken delen niet!

Rond 8.00 uur tovert mijn moeder drie jassen en drie paar schoenen tevoorschijn. Het is tijd om te gaan. Ze kleedt Bas aan en geeft Pim zijn spullen aan. Dan ben ik aan de beurt. Het zint me helemaal niet dat ik mijn spel moet onderbreken. Ik weiger mee te werken. Dan loopt mijn moeder naar de deur, brengt Bas naar de bakfiets en helpt Pim met zijn eigen fietsje. Ze zwaait naar me en meldt dat ze zo weg is. In een zucht sta ik naast haar op mijn sokken. Mijn jas en schoenen houd ik in mijn hand. Mijn moeder beveel ik me te helpen. Daar heeft ze geen zin meer in. Dat had ik dan eerder moeten doen, is ze van mening. Ze deponeert mij en mijn spullen in de bakfiets Ik ontplof! Als een speenvarken gil ik tot we bij school zijn.

De rest van de dag ben ik vrij rustig. Pim heeft continue rooster op school en eet daar dus zijn boterham. Bas verdwijnt meestal na een goed uurtje al naar boven. Hij slaapt totdat wij zelf de boterham gaan eten. Veel aanleiding om me te misdragen, is er domweg niet.

Pas bij het avondeten is er weer gelegenheid om vuur te spuwen. Ik heb geen zin in boontjes, macaroni, gehaktballen of cordon blue’s. Dat laat ik met veel theatraal gedoe ook merken. Mijn moeder zet mij dan op de gang. Daar gil ik de longen uit mijn lijf. Al snel is het vuur gedoofd. Met mijn allerliefste stemmetje vraag ik of ik mee mag eten. Dat mag. In een zucht zit ik weer op mijn stoel en eet mijn bordje leeg. Het toetje laat ik me goed smaken.

Dan is het tijd om te douchen. Als een speer ren ik naar boven. Mijn moeder zet de douche aan. Op het laatste moment bedenk ik me; water is niets voor draken. Mijn moeder heeft daar echter geen boodschap aan. Ze zet mij onder de douche. Voor de gezelligheid kruipt ze er ook bij. Ze zeept me in en wast mijn haren. Ik gil en sla om me heen. Dan is de waterpret voorbij. Dat vind ik eigenlijk wel erg jammer. Boos laat ik weten dat ik nog even wil douchen. Mijn moeder slaat een handdoek om me heen. Vrij strak want ze weet dat ik haar zo kan verwonden. Ik vecht door totdat ik helemaal aangekleed ben. Daarna laat ik gewillig mijn tandjes poetsen. Samen lezen we uit het grote boek van Dikkie Dik. Daarna ga ik nog even lekker bij mijn moeder liggen. Op mijn verzoek legt ze me in mijn bedje en geeft me een zoen. Dan sluit ik mijn oogjes en vertrek naar dromenland. Alles pais en vree!