Slapen is niet bepaald mijn favoriete bezigheid. Als klein baby’tje al had ik een broertje dood aan de verplichte dagelijkse rustmomenten. Tssss….alsof ik rust kon krijgen met al dat gehamer afgelopen zomer. Van de voorgeschreven 18 uur sliep ik in het begin amper 12. Ook nu al het lawaai weggestorven is, zie ik op tegen mijn slaapjes. Niet dat ik daar reden toe heb want mijn moeder en vader zorgen altijd dat ik gevoed en verschoond het bed inga. Al mijn knuffels wachten op mij; de deken is heerlijk warm en ook mijn speentje is aanwezig. Het ontbreekt me dus aan niets. Vervolgens kunnen ze nog gemiddeld zo’n twee keer naar boven rennen om me te kalmeren voordat ik mijn gevecht tegen de slaap staak. Erg lang onder zeil ben ik trouwens niet. Met een half uurtje is het bij mij meestal wel bekeken. Dan wil ik eruit.
Samen met mijn broer word ik ’s avonds rond zeven op bed gelegd. Na nog enige weerstand te hebben geboden, trekt Klaas Vaak toch altijd aan het kortste eind. Ik geef het op en val rustig in slaap. Tot een uur of drie. Dan is het wel weer mooi geweest. Eerst probeer ik mezelf nog enige tijd te vermaken met mijn knuffels, alvorens ik mijn ouders het bed uit jaag. Het liefste zou ik ook nog met hen even willen spelen. Dat wordt helaas niet altijd gewaardeerd. Soms besluit ik maar weer rustig verder te slapen, soms stel ik het geduld van mijn ouders nog even op de proef. Net zoals vannacht; mijn moeder heeft ruim anderhalf uur met mij rondgelopen en gezeten. En ik brullen!!!!! Ik geloof dat als mijn moeder een rubberen hamer had gehad, ik nu een flinke buil op mijn hoofd had gehad.