Mijn ouders vinden het echt leuk dat ik veel praat op het moment. Nu hoeven ze niet meer te gissen naar wat mij mankeert als ik huil. Het is bovendien erg handig dat ik gewoon kan zeggen wat ik op mijn boterham wil of welke vloeistof in mijn bekertje moet.
Al mijn gekletst heeft echter ook een keerzijde; ik begin namelijk erg bijdehand te worden. Een beetje té, als je mijn ouders moet geloven. Zo staat mijn moeder over de box gebogen en speelt met Bas. Ze houdt met haar hand de rand vast. Ik wil graag ook even kijken wat mijn broertje aan het doen is. Daarom probeer ik in de box te klimmen. Mijn moeder’s hand zit daarbij behoorlijk in de weg. “Handje los”, snauw ik haar toe.