Niet aardig

Elke ochtend word ik vrolijk en uitgerust wakker. Ik laat mijn ouders met mijn allerliefste stemmetje weten dat ik klaar ben voor een nieuwe dag. Meestal staat de een al onder de douche en zit de ander aan de ontbijttafel. In het weekend doen ze allebei alsof ze nog ver weg in dromenland zijn. Als ze me dan eindelijk uit bed komen halen, geef ik hen een lekker ochtendzoentje. Ik laat me vervolgens gemakkelijk aankleden. Ook het tanden poetsen is geen probleem. Dan mag ik naar beneden. Ik speel even met de trein of rij een rondje op mijn speelgoedpaard. Zodra mijn boterham besmeerd is met pindakaas en mijn beker gevuld is met melk, klim ik op mijn stoel. Braaf eet ik mijn bordje leeg. Mijn ouders vegen tot slot mijn toet schoon met een natte lap. Tot zover, alles goed. Dan pakt mijn moeder de tube met haargel. Ze wil me weer punkie maken. Dat vindt ze stoer. Ik vind het vreselijk en krijg een woedeaanval; mijn dag is nu al verpest. Dat zal ze weten ook! Met een betraand gezicht schreeuw ik tegen haar: “niet aardig!”