Eendenprobleem

Het is vol zomer. Ik geniet met volle teugen van het prachtige weer, de speeltuin in onze achtertuin en de kleine uitstapjes die ik geregeld met mijn broers maak. Vandaag gaan we naar het mooie Cantonpark, dat een paar straten verderop ligt. Mijn moeder heeft een heuse picknick voorbereid. In de wandelwagen ligt, behalve Bas natuurlijk, een deken om op te zitten, tweetal pakjes drinken, twee doosjes smarties èn oud brood. Dat laatste is bedoeld voor de eenden die bij de grote vijver wonen. Vandaag mag ik voor het eerst meehelpen hen te voeren. Het begint goed; ze komen meteen op me afgerend en proberen het brood uit mijn handen te trekken. Ik ben echter de baas en gooi een snee brood bovenop de kop van een mannetjeseend. Dan zit mijn werk er voor vandaag weer op. Ik neem plaats op de deken en slurp aan mijn pakje drinken. Dan begin ik aan mijn doosje smarties. Opeens komt er een grote eend naar mij toe gewaggeld. Ik zie de bui al hangen; hij heeft het vast en zeker op mijn snoepjes gemunt. Boos zwaai ik met mijn handje en roep naar de eend: ” weg, eend, deze Goes.”