Hartjesogen

Na een lange schooldag ploffen Pim en ik neer op de bank. Mijn moeder haalt de snoepdoos uit de trapkast. Binnen een seconde zitten we weer vol energie aan tafel. Ik kies een heerlijk chocolaatje uit. Mijn moeder vraagt belangstellend hoe onze dag is verlopen. Mijn broer snijdt het onderwerp hartjesogen aan. Mijn niet zo snuggere moeder heeft geen idee waar Pim het over heeft. Hij legt haar uit dat hartjesogen hebben, betekent dat je verliefd ben. Dan wil ze graag weten of Pim zijn oog op een bepaald meisje heeft laten vallen. Ze weet anders nog een goede partij voor hem.

Ik laat een grote zucht. Mijn broer mag dan geen belangstelling hebben voor het vrouwelijk schoon; ik daarentegen ben tot over mijn oren verliefd. Mijn moeder fronst haar wenkbrauwen. Dan vraagt ze of mijn affectie uitgaat naar E. Die ligt goed bij mijn moeder in de markt. Mooi meisje om te zien met haar blonde haren en blauwe ogen. Bovendien speelt ze leuk met Noor als ze hier is. Belangrijker nog; E. komt uit precies hetzelfde soort gezin als ik. Ze weet als geen ander hoe het is om tweede in lijn te zijn in een overwegend masculien gezin. Ik moet mijn moeder teleurstellen.

Enigszins neerbuigend licht mijn broer mijn moeder in. De dame in kwestie heet A. De naam zegt mijn moeder niets. Ze probeert Pim uit te horen maar echt veel meer weet hij ook niet te vertellen. Ik zelf kan al helemaal geen zinnig woord uitbrengen. Als een klein schoolmeisje giechel ik. Mijn moeder pakt ondertussen mijn schooltas uit. In mijn trommeltje ligt nog een boterham. Ik kreeg hem vanmiddag niet door mijn keel. Mijn moeder heeft begrip voor mijn situatie. Ze maakt ons deelgenoot van haar eigen ervaring op liefdesgebied. Gelukkig zet Pim snel de televisie aan.

De volgende dag raadpleegt mijn moeder haar bronnen op het schoolplein. Zo komt ze al snel te weten dat A. in groep 8 zit. Dan ziet ze me op een blonde dame jagen. Een collega-moeder attendeert haar op het voor de hand liggende; dat is nu A. Ik ren naar mijn moeder toe en vraag haar of we oppas S. niet kunnen lozen. Het lijkt mij namelijk te gek als A. voortaan op zaterdag bij ons komt babysitten. Mijn moeder deelt mijn enthousiasme niet. Ze is tevreden met S. Bovendien is A. nog een beetje te jong. Met een pruillip loop ik weg om uit te huilen bij mijn grote liefde.

Na school staat mijn moeder met mijn broertje en zusje mij op te wachten. Ze wil graag naar huis toe. Ik moet echter per se naar het grote plein. Dan kan ik A. nog even uitzwaaien, leg ik mijn moeder uit. Gelukkig is ze weer de begripvolle moeder. Na lang wachten krijg ik mijn snoesje in het vizier. Ze begroet me hartelijk bij de poort. Mijn moeder ziet haar kans schoon en stelt zich even voor aan A. Ze lijkt een beetje op Bas, concludeert ze. Hetzelfde witte haar, dezelfde vorm en kleur ogen. Merkwaardig. Toch geeft ze mij haar zegen; ik mag genieten van deze eerste verliefdheid.