Met mijn moeder, broers en zusje ben ik onderweg naar oma Teun. We blijven een nachtje bij haar slapen en rijden morgenavond weer naar huis. Zonder Bas. Opa Boermans komt hem later op de middag ophalen. De geluksvogel mag een paar nachtjes bij hem slapen. Ik vraag mijn moeder waarom opa Bas niet meteen komt halen. Mijn moeder vertelt dat hij eerst nog naar het ziekenhuis moet. Mijn gedachten dwalen af naar de laatste keer dat ik bij mijn opa was. Toen heb ik samen met Bas flink op zijn buik gesprongen. Blijkbaar heeft mijn opa schade opgelopen. Ik concludeer hardop dat ik dat dus de volgende keer maar beter niet meer doe.