Het is vroeg in de ochtend als mijn moeder de deur van mijn kamer openmaakt. Pim en ik moeten ons gaan aankleden. Pim gaat zo direct naar school en de juf op de peuterspeelzaal wacht op mij. Mijn moeder kleedt me aan, wast mijn gezicht en poetst mijn tanden. Mijn broer kan zich inmiddels zelf al aankleden. Alleen met het uittrekken van zijn slaaphemd heeft hij wat problemen. Hij zit naast mijn bed op de grond en worstelt met zijn pyjama. Zachtjes mompelt hij: “stomme trui”. Daarop echo ik keihard: “stomme trui”. Mijn moeder lacht en noemt me een papegaai waarop ik ook lach en “Guus gaai” zeg.