Als een paar zandzakken liggen mijn broers en ik op de bank. Wij zijn in afwachting van ons uitje naar Oud Valkenveen. Dat is een speeltuin in Naarden dat ook nog over een leuk strandje beschikt. Het park is klein van formaat en dus redelijk overzichtelijk. Niet bepaald een overbodige luxe met drie ondernemende jongetjes. Mijn ouders staan buiten in de hitte te zwoegen. Mijn zusje gaat vandaag ook mee. Dus controleren ze voor de zoveelste keer of ze nu echt alles bij zich hebben.
Bij binnenkomst stormen Bas en ik meteen op de immense zandbak af. Voor Pim is dit niet afdoende meer; hij wil spanning en sensatie. Dus sluit hij aan in de rij voor de carroussel. We nuttigen daarna een broodje en legen een pakje drinken. Tijd om het circus in te pakken en verder te trekken. Mijn broer laat onderweg zijn oog vallen op de botsautootjes. Daar mag hij onder begeleiding van mijn vader in. Ik haal de magische grens van 1.10 meter niet. Vanaf de zijlijn kijk ik bedroefd toe.
Volgens het informatiebord bij de achtbaan mag ik hierin wel een ritje maken. Ik ben zeer in mijn nopjes. Dit keer is mijn moeder de Sjaak. De rij is lang. Gelukkig zijn er twee treintjes in gebruik dus loopt het aardig door. Dan is het onze beurt. We stappen in een karretje. Een aardige jongeman duwt de veiligheidsstang naar ons toe. Dan komt het treintje in beweging en neemt een haarscherpe bocht. Ik realiseer me opeens dat ik toch niet zo’n held ben. Berouw komt altijd pas na de zonde.
Opnieuw valt mijn oog op een enorme zandbak. Ik ga meteen polshoogte nemen. Opeens voel ik dat ik nodig moet. Ik loop op mijn moeder af en meldt haar mijn probleem. Ze waarschuwt mijn vader en neemt inventaris op; we hebben nog meer plassers. Dan kijkt ze verschrikt om zich heen; ik ben in geen velden of wegen te bekennen. Het angstzweet breekt haar uit. Ineens lijkt dit park niet meer zo klein en ik niet zo groot; hoe gaat ze me in hemelsnaam ooit in deze drukte terugvinden?
Op mijn dooie akkertje loop ik richting mijn moeder. Vrolijk roep ik haar toe; ik ben er weer! Naast mij loopt een andere moeder. Die ben ik zojuist bij de toiletten tegengekomen. Ik heb haar gevraagd of ze zo vriendelijk wilde zijn om mij met mijn broek te helpen. De moeder in kwestie wilde daarna wel veel over mijn persoon weten. Als wederdienst heb ik haar zo goed mogelijk te woord gestaan. Gelukkig kan ik nu weer verder spelen. Mijn ouders weten zeker; de volgende keer draag ik een enkelband!