Op twee wielen

Het is Koningsdag 2015. Over enkele dagen vier ik alweer mijn vierde verjaardag. Ik ben zo blij als een kind; op die dag zal de Diego-fiets van Pim de mijne zijn. Mijn eigen loopfietsje heeft een tijdje terug de geest gegeven. Ik snak dus naar een snel en wendbaar voertuig. Mijn moeder kijkt uit het raam. Het parkeerterrein aan de overkant ligt er verlaten bij. Dit is dus hét moment om te gaan oefenen op mijn “nieuwe” fiets. Trots loop ik naar de overkant, stap op de fiets en rijd weg.

Mijn lichaam houd ik goed in balans op de nieuwe fiets. Ik vind het prachtig en draai achtjes op het terrein. De enige auto die geparkeerd staat, blijft ongeschonden. Mijn moeder breekt het zweet uit. Dat is gelukkig niet te wijten aan mijn rijstijl. De zon schijnt fel en ik duw stevig de pedalen in. Ze heeft moeite me bij te houden. Een uurtje later fiets ik als een prof. Mijn moeder stelt voor om de verlaten wegen van B. onveilig te maken. Plotseling barst ik in tranen uit; dat durf ik niet.

Een jaar later fiets ik nog altijd met zijwielen, ook naar school. Zo af en toe blijft een van mijn zijwieltjes achter een steen of tak haken. Mijn moeder moet dan stoppen en de bakfiets parkeren om mij weer op weg te helpen. Dat vindt ze blijkbaar een probleem. Ik moet nu echt zonder zijwielen gaan fietsen. Mijn vader voert haar opdracht uit. Zonder morren. Ik denk daar anders over. Het wordt al snel een twistpunt. Toch draai ik enkele dagen later weer achtjes. Op slechts twee wielen.

Na een aantal dagen heb ik genoeg zelfvertrouwen om me op straat te vertonen. Met een zakje snoep als beloning in het vooruitzicht, fiets ik naar de plaatselijke supermarkt. Onderweg kom ik een klasgenootje van groep 2 tegen. Hij is ook op de fiets onderweg. Ik ben zo trots als een pauw als hij mij en mijn fiets opmerkt. Ongeschonden kom ik aan bij de gele winkel. Ook de terugweg verloopt gladjes. Ik meld mijn moeder dat ik klaar ben voor de volgende stap; op de fiets naar school.

Nu ik technisch gezien kan fietsen, moet ik ook nog even de regels van het verkeer leren. Ik zwalk van links naar rechts over de weg. Bovendien ben ik snel afgeleid door passerende auto’s, fietsers en voetgangers. Mijn moeder krijgt de ene hartverzakking na de ander. Zo ook vanochtend. De weg waarop we ons bevinden, loopt behoorlijk af. Mijn moeder geeft instructies. Ik werp haar een vernietigende blik toe en vertel dat ik het allemaal allang weet. Ik red me wel, ook op twee wielen.