Noor is verstopt

Het zal u vast en zeker niet ontgaan zijn dat de ooievaar weer bij ons thuis op bezoek is geweest. Dit keer had hij een bijzonder roze pakketje meegebracht; mijn zusje Noor. Dat we nu een meid aan boord hebben, zullen we weten ook; het kamertje van Noor is inmiddels verworden tot een roze toverbal. Het knalroze hemeltje is dé blikvanger. Op de planken van het oude boekenkastje van mijn moeder prijkt een bonte verzameling van roze (sier)koffertjes, roze muziekdoosjes en pluizige knuffels met jawel, roze accenten. De kraamvisite helpt blijkbaar maar al te graag mee aan deze roze expansiedrift.

Mij maakt het persoonlijk niet zoveel uit; een broertje of een zusje erbij. Alhoewel het misschien wel fijn is dat ik mijn treintjes dadelijk misschien niet met nog een jongere telg hoef te delen. Het is al opgave genoeg om Bas bij mijn speelgoed weg te houden. Toch zeg ik nadrukkelijk ” misschien”; het kan natuurlijk ook zo zijn dat Noor met zoveel broers zelf later een halve jongen wordt. Daar ken ik genoeg gruwelverhalen van.  Zo af en toe pols ik eens haar interesse in treintjes en auto’s door ermee over haar hoofd te rijden. Meestal levert dit tot mijn geruststelling een luid gebrul op. Ik hou het er maar op dat ze niets van Thomas de trein of Cars moet hebben. De boze blikken van mijn moeder neem ik overigens maar voor lief.

Ik ben erg gecharmeerd van mijn kleine zusje. Zodra mijn moeder Noor uit de reiswieg haalt, ben ik er als de kippen bij om haar te knuffelen en kusjes te geven. Ik assisteer maar al te graag bij het verschonen van haar luier; ik weet precies welk luiertje er nodig is, ik vergeet ook niet om mijn moeder de billenzalf aan te reiken en heb oprecht interesse voor de inhoud van haar luier. Flesjes geven doe ik ook erg graag, evenals lekker zitten met Noor in mijn armen. Alleen als ze gaat huilen, wil ik haar niet meer. Dan moet mijn moeder haar snel komen weghalen anders laat ik haar naast me op de bank glijden. Van lastpakken wil ik niets weten.

Dat al die warme, broederlijke liefde kleine Noor wel eens de das zou kunnen omdoen op een slechte dag, bleek afgelopen week wel. Mijn moeder was druk bezig Bas tot bedaren te brengen na zijn middagslaapje. In de tussentijd was ik lekker aan het spelen in de prinsessensuite. Noor lag in haar bedje, ingewikkeld in een grote wollige deken, naar haar roze hemeltje te staren. Niets aan het handje zou je zeggen. Mijn moeder bleef echter lang. Nonchalant liep ik het kamertje uit om polshoogte te nemen. Mijn moeder zie ik in de deuropening zitten en meldt haar dat Noor verstopt is. Het hart van mijn moeder mist even een slag. Binnen een tel staat ze naast Noor haar bedje. Die ligt bedolven onder diezelfde, dikke deken en het satijnen stof van het hemeltje te snakken naar lucht.