Lieveheersbeestjes

De zomer ligt definief achter ons. Zo af en toe hebben we nog wel een heerlijk weekend mogen beleven. De realiteit is echter hard en vooral bitter koud. Deze morgen heeft mijn moeder voor de gelegenheid onze winterjassen uit de kast getoverd. Pim heeft een nieuwe, felgekleurde groene jas van mijn ouders gekregen. Bas is op zijn beurt weer zeer content met de knalrode jas die net nieuw uit de webshop is gearriveerd. Vooral het bontje aan zijn kraag vindt hij erg leuk. Doet hem waarschijnlijk een beetje aan zijn knuffelkonijn denken. Ik moet het doen met mijn oude legerjas van vorig jaar. Die is op de groei gekocht en kan dus prima nog een jaartje mee.

Nu het buiten waait en de temperatuur daalt, dient zich een jaarlijks terugkerend probleem aan. Ik sta in mijn kamer en kijk aandachtig naar het raam. Daar lopen die verdraaide rakkers weer. De roodgekleurde beestjes met zwarte stippen op hun rug zoeken duidelijk weer de warmte van mijn kamertje op. Ze krioelen met een hele kolonie op het raam en de vensterbank. Ik snap hun beweegredenen wel maar ik ben niet zo gecharmeerd van hun aanwezigheid. Mijn vader zegt dat ze gele plekken veroorzaken op mijn plafond en muren. Echt schaamteloos, ze plassen zomaar waar ze toevallig rondscharrelen. Tijd dus om te vertrekken. Van mij mogen ze nu wel buiten verder spelen.

Mijn leven staat momenteel in het teken van de ongenode gasten. Overal in huis kom ik ze tegen. Met een pijnlijke nek sta ik al een tijdje te kijken naar de kapstok voor grote mensen. Daar, over de stang, loopt een zwart exemplaar met oranje stippen. Mijn moeder heeft mij net erbij geroepen. Samen volgen wij de handel en wandel van het beestje; zo af en toe verdwijnt hij in een van de jassen, om het volgende moment zijn vleugels uit te slaan en terug op zijn oude stek te gaan zitten. Dan vind ik dat mijn moeder in actie moet komen. Onze vriend moet de deur gewezen worden. Na veel gedoe heeft mijn moeder hem eindelijk te pakken en laat hem naar buiten.