Het weer zit niet mee

Het lijdt geen twijfel dat veel mensen genieten van de vroege lente dit jaar. Zaten we vorig jaar maart nog massaal te blauwbekken bij temperaturen royaal onder het vriespunt; dit jaar lopen we nu al in korte mouwen, korte broekspijpen of mini-rokjes. Op de terrasjes in vorstelijk Baarn zitten veel dagjesmensen die genieten van een hapje en een glaasje rosé. Ook de fiets heeft menigeen van stal gehaald voor een tochtje langs de Eem of een middagje kinderboerderij. Iedereen geniet, iedereen heeft dikke pret. Iedereen?

Niet iedereen, helaas. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het te gek dat ik weer buiten kan spelen. In gedachte dein ik zachtjes heen en weer op de schommel. Het denkbeeldige zand tussen mijn tenen deert me niet. Op en neer spring ik als een bezetene op de trampoline. Het brengt allemaal herinneringen aan vorig jaar zomer in mij boven. Geweldig….de hele dag buitenspelen en rondrennen in mijn nakie! Als dat niet kon, deed ik een shirt met korte mouwtjes en een korte broek aan. En wat vond ik mijn sandaaltjes toch fantastisch! Nooit, zo had ik me voorgenomen, kwam er nog ander schoeisel aan mijn voeten. Wat een drama was het toen Koning Winter onverbiddelijk toesloeg en ik toch dichte schoenen en een pooljas aan moest trekken. Wat heb ik niet gejammerd! Wat heb ik niet ruzie gemaakt met mijn moeder als ze het toch weer probeerde!

Het is dan ook moeilijk te geloven dat ik nu binnen zit en met mijn treintjes speel. Buiten schijnt de zon; onze mini-speeltuin achterom lonkt. En toch doe ik het niet: ik trek mijn sandalen niet aan! Desnoods ga ik met dichte schoenen naar buiten of helemaal blootvoets. Dat laatste mag niet van mijn moeder. Dus zit ik binnen. Als ik  met mijn neus weer tegen de tuindeuren gedrukt sta, biedt mijn moeder het nog een keer aan: ze helpt me wel met de sandalen aantrekken. Dan word ik woest. Ik pak die +###+**schoenen en smijt ze demonstratief op de grond. Ik jammer en huil: ” deze passen niet.” Dan wijs ik snikkend naar mijn dichte schoenen: “die zijn van Guus!”

De korte blauwe broek die mijn moeder onlangs heeft gekocht, bevalt me ook niet. Ik wil lange broeken aan! Het liefst de groene, die vind ik zó mooi. Ook mijn jas wil ik graag aan, al is het dik 20 graden buiten. Alle knopen moeten dicht zijn bovendien. Onder die jas moet een mooi shirt met lange mouwen. De stapel met nieuwe, mouwloze shirtjes kan mijn moeder net zo goed meteen bij het vuilnis zetten. Die trek ik echt never nooit niet aan. Hoeveel ze ook hebben gekost!

Het wisselen van seizoenen: het is zo verwarrend voor deze kleine man. Dan mag het wel, dan mag het weer niet! Ik snap er niets meer van. Ik denk dat ik mij terugtrek voor een zomerslaap. Maak mij maar weer wakker als het stormt en waait, als het weer tijd is voor lange broeken, lange mouwen en een hele dikke winterjas.