Een van mijn favoriete bezigheden is het doen van boodschappen. Meestal wandelt mijn moeder op zaterdagochtend naar het dorp om de boodschappen te halen. Pim en ik mogen dan mee. Pim fietst meestal; ik huppel er achteraan. Onze eerste stop is bij de bakker. De aangeschafte halfjes brood verdwijnen meteen in de grote oranje rugzak die mijn moeder altijd bij haar heeft. Van die aardige mevrouw achter de toonbank krijg ik een stukje stokbrood voor onderweg. Dan lopen we verder het dorp in. Op onze ronde doen we nog de supermarkt en de groenteboer aan. Bij laatstgenoemde krijg ik van die aardige meneer een grote banaan voor onderweg. U begrijpt; tegen de tijd dat ik thuis ben, hoef ik niet meer te lunchen.
Mijn moeder is nogal vergeetachtig. Daarom moeten we, afgezien van onze zaterdagse riedel, vaak nog tussendoor boodschappen doen. Gelukkig ligt de supermarkt bijna naast de school van Pim. We komen op beide adressen bijna dagelijks. Ik ben dan ook enigszins van slag als we een dagje overslaan. We brengen eerst Pim naar school, daarna gaan we naar de supermarkt. Zo hoort het. Ik heb recht op dagelijks een vers broodje. Dat mag mijn moeder mij niet ontnemen. Ik mag ook altijd het fruit en de groente afwegen. Zo leer ik van mijn moeder ook nog hoe deze allemaal heten. Heel handig; ik kan precies benoemen wat ik niet wil eten.
Over het algemeen gedraag ik mij keurig. Als mijn moeder mij kwijt is, zijn er meestal twee plekken waar ik me kan bevinden. Mocht het tijdstip van vermissing bijna samenvallen met mijn moeder’s aankomst in de supermarkt, dan ben ik bij het bakkerijtje. Daar wacht ik totdat ik mijn broodje in ontvangst heb kunnen nemen. Mocht ik later op de ronde vermist raken, dan zit ik in de leeshoek. De supermarkt heeft van die leuke boekjes over Thomas de Trein in het leesrek staan. Ik ga dan languit op mijn buik liggen en blader door zo’n boekje. Af en toe neem ik een hap uit mijn broodje. Als mijn moeder klaar is, loop ik ook richting de kassa. Zonder een Thomas de Trein-boekje. Ik doe niet moeilijk. Morgen kan ik er tenslotte weer in kijken als we boodschappen doen.
Een enkele keer jaag ik mijn moeder de stuipen op het lijf door niet op de vertrouwde plekken te zijn. Ze rent dan paniekerig -achter haar winkelwagentje met Bas erin- door de supermarkt en roept mijn naam. Met een klein stemmetje laat ik haar dan weten waar ik ben. Dat hoort ze meestal niet. Gelukkig zijn er altijd mensen die me dan bij de kraag vatten en mij naar mijn bezorgde moeder terugbrengen.
Soms vind ik mijn moeder ook op eigen gelegenheid terug als ze vermist is. Alleen ging dat vanochtend niet helemaal goed geloof ik. Het leek allemaal te kloppen; de grijze laarzen, de legergroene jas, de middellange donkere haren. Ik trek dus als een gek aan de eerder genoemde jas en roep tegen de persoon in kwestie: “mama, mama”. Opeens hoor ik van een afstandje roepen: ” Guus, mama is hier.” Ik kijk omhoog en verrek, dat is mijn moeder niet! Gelukkig kon de mevrouw in kwestie, evenals mijn moeder, wel lachen om de persoonsverwisseling.