Pieterburen
Het is al laat. Ik lig boven in mijn bedje. Het gaat niet goed met mij. Ik ben snipverkouden; het snot stroomt uit mijn neus en ik hoest bijna de longen uit mijn lijf. Mijn geblaf klinkt schel door de babyfoon in de woonkamer. Mijn moeder glimlacht en zegt tegen mijn vader: “bel Pieterburen eens
