Over het algemeen ben ik erg blij dat ik gezegend ben met twee broers. Met baby Bas kan ik natuurlijk nog niet spelen maar ik vind het hem wel onwijs lief. Over een tijdje zal hij zijn toegevoegde waarde moeten bewijzen. Volgend jaar gaat Pim namelijk drie keer per week een hele dag naar school. Dan zal het overdag best wel stil zijn in huis. Ik heb me laten vertellen dat Bas tegen die tijd alweer gegroeid is en vast en zeker wel een beetje kan zitten en rondkruipen. Dan zullen we zien of ik hem nog steeds zo leuk vind.
Met Pim heb ik een beetje een haat-liefde verhouding. Ik ben natuurlijk hartstikke trots dat ik zo’n sterke en slimme broer heb. Pim zet in een handomdraai een heel spoortraject van de duplo in elkaar. Daar kunnen de treintjes van Thomas & vriendjes mooi op rondrijden. De sfeer wordt alleen verpest door de ruzies die daarna volgen als we de treintjes onder elkaar moeten verdelen. Mijn ouders zijn heel erg inventief geworden; ze zetten bijvoorbeeld alle treintjes naast elkaar op tafel en Pim en ik mogen dan één voor één treintjes uitkiezen. Dat werkt heel goed tot we gaan ruilen. Van ruilen komt doorgaans ook in huize Everts huilen.
Pim is een grote inspiratiebron voor mij. Ik leer van hem allerlei woorden waarvan ik de betekenis niet eens snap. Toch vind ik het leuk om die te gebruiken. Mijn ouders zijn er niet zo van gecharmeerd. Ze zijn natuurlijk wel blij dat ik praat als een waterval maar soms komen er ook minder mooie woorden uit mijn mond. Dan zit ik voor straf op de stip. Geheel eerlijk is het niet; ik ben me vaak van geen kwaad bewust maar ik mag ze dus blijkbaar niet gebruiken.
Het grote voordeel van een broer die naar school gaat, zijn de vriendjes en vriendinnetjes die bij ons komen spelen. Ik vind het altijd wel gezellig als er op woensdag- en/of vrijdagmiddag weer een nieuw gezicht aan tafel zit. Als de persoon in kwestie me niet aanstaat, ga ik boven op mijn kamer genieten van mijn middagslaapje. Zit er een mooie dame aan tafel, dan laat ik me niet zo makkelijk wegleggen. Ik probeer dan tot hoelang ik het nog kan rekken. Helaas houden mijn ouders van regelmaat en lig ik toch altijd rond de gebruikelijke tijd onder de dekens.
Mijn grootste ergernis is dat Pim de baas over mij wil spelen. Hij pakt mij speelgoed af, duwt me opzij of intimideert me. Dan komt hij met zijn hoofd heel dicht bij het mijne. Dat maakt me heel erg boos. Ik duw zijn hoofd weg of begin hem te slaan. Het liefste zet ik mijn tanden in hem. Vervolgens gaat hij bij mijn moeder of vader uithuilen en verklikt hij mij. Gelukkig weten mijn ouders wel beter. Ironisch genoeg leer ik door het haantjesgedrag van Pim me steeds beter te wapenen tegen zijn terreur. Ik dien hem van repliek, duw hem weg of roep mijn ouders erbij. Zo af en toe moeten ze me zelfs van Pim aftrekken. Ik zal hem leren; deze jongen laat zeker niet met zich sollen!