Laats heb ik vanaf deze plek een hele lofrede ter ere van mijn knuffelbeer gehouden. Inmiddels is mijn liefde voor zijne wolligheid aardig bekoeld. De reden waarom ik opeens zo’n afkeer van de beer heb, kan ik u niet geven. Wellicht heeft het iets te maken met mijn ziekte afgelopen week. Misschien een onterechte associatie, een zondebok voor alle ellende die ik heb moeten doorstaan. Er moeten gewoon koppen rollen!
Lang heb ik echter niet getreurd; in mijn mand met knuffels kwam ik een klein, grappig konijntje tegen. Ook zo’n ukkie als ik zelf ben. Hij heeft van die lange oren waar ik lekker aan kan lebberen. Bovendien past zijn hoofdje precies in mijn mond. Dit keer weet ik het zeker; wij zijn voor elkaar gemaakt!